Beelddenken

Een beelddenker denkt vooral in beelden, in plaatje, in filmpjes en dus niet in woorden en begrippen. Het woord beelddenken suggereert dat iemand uitsluitend in beelden denkt. Dat is niet waar. De groep mensen, waarover wij spreken, heeft een voorkeur om meer visueel (in beelden) én kinesthetisch (gevoelsmatig) te denken. En dat laatste wordt vaak over het hoofd gezien.

Men kan een voorkeur hebben om eerst visueel en daarna gevoelsmatig te denken, maar men kan ook een voorkeur hebben om eerst gevoelsmatig en daarna visueel te denken. Wij noemen dit een rechtsgeoriënteerde leerstijl. Een voorkeur om meer de rechter- dan de linkerhersenhelft te gebruiken.

Kinderen met leerproblemen zijn niet alleen sterk visueel (in beelden), maar ook sterk kinesthetisch (gevoelsmatig) ingesteld. Deze kinderen zijn erg gevoelig voor sfeer (in de klas, maar ook daarbuiten) en kunnen erg perfectionistisch zijn. Hierdoor kan het idee ontstaan dat ze ‘niet goed genoeg’ zijn en faalangst ontwikkelen. Kinderen die een voorkeur hebben voor het visueel denken zijn gebaat bij een top-down benadering, denken en leren vanuit het overzicht.

Kenmerken van beelddenkers:

  • Beelddenkers zijn erg inventief, door hun manier van denken kunnen ze dingen snel doorzien en oplossen.
  • Beelddenkers zijn vaak ontzettend creatief.
  • Beelddenkers falen vaak bij eenvoudige zaken.
  • Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Beelddenkers hebben een laag werktempo, omdat ze steeds weer moeten vertalen, van taal naar beeld en van beeld naar taal.
  • Beelddenkers hebben een zwakke aandacht om te luisteren, lijkt vaak niet te luisteren.
  • Beelddenkers hebben vaak een zwak handschrift of moeite om tussen de lijnen te schrijven, nemen de pen heel hard vast en drukken heel hard op de pen bij het schrijven.
  • Beelddenkers houden van lego, puzzels, de computer, televisie en het maken van dingen.
  • Beelddenkers houden van kunst en/of muziek.
  • Beelddenkers hebben een zwak besef van tijd.
  • Beelddenkers voelen dingen heel goed aan, zijn sociaal en hebben een goed inlevingsvermogen.
  • Beelddenkers zijn (sfeer)gevoelig, hebben moeite met conflicten en kritiek.

Beelddenkers op school

Ieder mens denkt op 4 verschillende manieren; visueel (in beelden), auditief (op het gehoor), kinesthetisch (met het gevoel) en digitaal (met het verstand). We gebruiken al deze denksystemen, maar hebben wel voorkeuren in het gebruik van deze systemen.

Als we naar onze hersenen kijken, dan spreken we van een linker- en een rechterhersenhelft. Links zit onze ratio, zoals het beredeneren, tekenherkenning als woorden, cijfers, letters, getallen, maar ook de analyse, volgordes, logica en details. De rechterhersenhelft verzorgt emotie, ritme, ruimtelijk inzicht, overzicht, verbeelding, dagdromen, kleurherkenning, muziek en gevoel. Zo zijn er mensen met een linksgeoriënteerde denk- en leerstijl en mensen met een rechtsgeoriënteerde denk- en leerstijl.

Ons huidige onderwijssysteem is vooral gericht op een linksgeoriënteerde leerstijl en reikt de informatie aan voor de linkerhersenhelft, waardoor beelddenkers niet tot hun recht komen. Doordat scholen de manier van informatie verwerken van de beelddenker niet kennen, kunnen ze er ook geen rekening mee houden.

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en geen lossen beelden. Een totaalbeeld opbouwen vanuit lossen deeltjes, vindt een beelddenker moeilijk. Gevolg is dat een beelddenker omgekeerd moet leren en dat doen ze ook vaak. Vanuit het totaalbeeld terug redeneren naar losse delen. Vaak vindt men intuïtief de goede antwoorden.

Een beelddenker onderschat zichzelf nog wel eens. Soms denken ze de lesstof te beheersen omdat ze het antwoord op de vraag voor zich zien. Later blijkt dat de lesstof toch nog onvoldoende geautomatiseerd was. 

Lesstof wordt vaak niet begrepen en onthouden. Beelddenkers bundelen graag informatie. In hun hoofd zien ze het plaatje al maar het woord wat erbij hoort kunnen ze moeilijk vinden.

De school of de leerkracht denkt vaak aan een leerachterstand terwijl dat niet terecht is en zelfs onnodig is mits de juiste begeleiding wordt geboden. Het kind leert door te zien, te ervaren en te doen (zoals een soort van foto’s en filmpjes).

Soms wordt ten onrechte gedacht aan dyslexie of dyscalculie.

Kinderen met een bovengemiddelde intelligentie zijn (op de basisschool) vaak in staat om de problemen met betrekking tot Beelddenken op basis van hun intelligentie te compenseren. Het probleem “Beelddenken” valt hier dus minder snel op, maar in feite is hier sprake van onderpresteren. Het gevolg kan zijn dat uw kind een schooladvies krijgt dat eigenlijk onder zijn of haar cognitieve capaciteiten ligt. Of de problemen worden pas zichtbaar op het VO, omdat compenseren en camoufleren van de Beelddenk problematiek op dit niveau simpelweg niet meer haalbaar blijkt.

Beelddenkers hebben ook vaak zeer wisselende toets resultaten. Met name bij Cito-toetsen kan de uitslag nogal eens tegenvallen, omdat er relatief veel gebruik wordt gemaakt van beeldspraak en van afbeeldingen die niet goed zijn afgestemd op de vraagstelling.

De Kernvisie methode past juist heel goed bij deze groep kinderen. Juist omdat wij aansluiten bij de denk- en leerstijl van het kind, is het in staat om informatie wel op te nemen en te automatiseren. En die automatisering is noodzakelijk voor het verdere leren en functioneren.

Beelddenken in de praktijk, de kernvisiemethode helpt u verder!

Talentgesprek

Voor kinderen